![]() |
|
||||||||
|
Paasheuvelgroep » Historie
HistorieDe Betekenis van ‘ Zon en Vrijheid’
In 1922 kocht de Arbeiders Jeugd Centrale (AJC) een heuveltop op de wijde heide rond het dorp Vierhouten om daar het eerste kampeerterrein te vestigen. Deze heuvel was plaatselijk bekend als de Paasberg, omdat daar in vroeger tijden een paasvuur werd ontstoken. Het kampeerterrein werd daarom de Paasheuvel genoemd. En nog steeds heet het de Paasheuvel. Wat stond de leiding voor de geest bij de aankoop van dat eerste stukje eigen grond? Vanuit de gedachte dat een nieuwe levenshouding pas volledig tot zuivere uitdrukking zou komen als een bepaalde materiële voorwaarden was voldaan wilde de leiding een eigen centrum scheppen, van waaruit het opvoedings- en scholingswerk van de socialistische jeugdbeweging telkens nieuwe inspiratie zou kunnen krijgen. De Paasheuvel werd dat centrum. De Paasheuvel werd het toevluchtsoord waar de jonge mens de kans kreeg om te leven zoals het eigenlijk bedoeld was. Op de Paasheuvel werd de gelegenheid geschapen een leefwijze in de praktijk te brengen, die naar de opvatting van de AJC de juiste was. De taak van Zon en Vrijheid in het AJC-werk was dienstverlening; in de terminologie van 1991 het scheppen van voorwaarden waaronder het de bezoekers van de terreinen mogelijk werd gemaakt om deel te nemen aan en kennis te nemen van een andere, en hopelijk betere, wereld van de wereld van alledag. Velen zijn van opvatting dat het werk van de huidige stichting Voor Zon en Vrijheid na de opheffing van de AJC ingrijpend veranderd is. Wat bleef was een commerciële instelling zoals er zoveel zijn, zij het dat Zon en Vrijheid de vroege bezittingen van de AJC beheert en het vroegere kampwerk organiseert. Deze opvatting is daarom niet juist omdat het altijd, zowel in 1922 als in 1991, de feitelijke taak van Zon en Vrijheid was en is om het bezit goed te beheren en diensten te verlenen. Echter,het was en is geen dienstverlening zoals veel andere recreatie instellingen bewijzen. Uiteraard zij er grote verschillen tussen de voorwaarden die in 1922 en die in 2007 geschapen werden, zoals er trouwens ook grote verschillen zijn in de wijze waarop in 1922 en in 2007 van de geschapen voorwaarden gebruik werd gemaakt. In 1922 en nog vele jaren daarna werden de terreinen van Zon en Vrijheid voornamelijk bezocht door AJC-ers, jonge mensen dus die zich een goed beeld hadden gevormd van de wereld zoals zij zich die wensten. Deze beeldvorming was mede, zoal niet in hoge maten, tot stand gekomen onder invloed van de idealen van de AJC. De AJC-ers volgden hun leiders die in woord en geschrift inhoud gaven aan de idealen. Deze zelfde leiders vormden in al de jaren dat de AJC bestond tevens het bestuur van de stichting Voor Zon en Vrijheid. Kortom, er was een nauwe afstemming van de ene betere wereld en de voorwaarden waaronder deze ene betere wereld beleefd kon worden. In 2007 is er geen sprake meer van de ‘ene betere wereld’. Niet omdat de ideële doelstelling van de Paasheuvelgroep veranderd is, maar omdat er geen AJC meer is. Zon en Vrijheid is Paasheuvelgroep geworden. Het was de AJC, die in juni 1922 met de aankoop van een kale heuveltop in Vierhouten de grondslag legde voor het huidige bezit van de stichting Voor Zon en Vrijheid. Meteen al die zomer verschenen er geestdriftige verslagen van kampeerders in ‘Het Jonge Volk’. Voor de eerste keer waren arbeidersjongens en –meisjes er tezamen op uitgetrokken om ver van hun dagelijkse en niet steeds zeer opwekkende omgeving een week door te brengen in de vrije en romantische omgeving van Vierhouten op hun eigen grond, betaald met centen en dubbeltjes, door henzelf bijeengebracht. In 1923 ontstonden er plannen voor de bouw van een eigen kamphuis van de AJC in Vierhouten. De SDAP en het NVV stelden er geld voor beschikbaar. Het huis werd voor de AJC door de architect Mulder ontworpen. Met een zekere stoutmoedigheid werd tegelijkertijd aangekondigd dat met de bouw van dit eerste kamphuis geenszins het doel was bereikt. Integendeel, het plan was om in alle gewesten van de AJC een kamphuis te bouwen. In juni 1923 begon de bouw, en in december 1923 werd de Paasheuvel feestelijk in gebruik genomen. De betekenis van de Paasheuvel is in de oude socialistische beweging heel groot geweest. Vele socialistische leiders en bestuurders van het NVV hebben rond het haardvuur gezeten. Voor de AJC-ers was de Paasheuvel een veilig toevluchtsoord, waar je kon leven ‘ zoals het bedoeld was’. De Paasheuvel was de uitdrukking van de eigen AJC-stijl: een besloten huis, kleine ramen, naar binnen gekeerd. Kamperen en wandelen in de vrije natuur in plaats van een bezoek aan bioscoop en rondhangen in cafés. De leiding van de AJC vond het kamperen zo belangrijk dat al in 1922 een kampfonds werd gesticht. Er moest meer grond en meer materiaal komen en dus meer geld. Daarvoor werd op 1 juli 1922 het kampfondszegel ingevoerd dat vrijwillig werd geplakt en 2 cent kostte. In het tweede halfjaar van 1923 werden er al 80.000 zegels geplakt. Het jaarverslag van 1929 noemt als eindcijfer van alle tot en met 1929 geplakte zegels een aantal van 1.330.759, ter waarde van f 33.269,-. Dat wil dus zeggen ca. f 4.400,- per jaar. Gegeven de ontwikkeling van de prijzen sindsdien mag de waarde van dit bedrag nu in 1991 zeker op f 40.000,- worden gesteld. Als je het vergelijkt met de ontwikkeling van de lonen zou diezelfde f 4.400,- nu al f 60.000,- waard zijn. Juist door die Kampfondszegels beschouwden de AJC-ers de Paasheuvel als hun eigen bezit. Ze spraken over het Makkerhuis naar het gedicht ‘ De Paasheuvel’ van Margot Vos: ‘ Voor ’t donkere bosch, aan de wijde hei. Machtig beschermd en toch eindloos vrij. Tusschen de rust het naaldgeruisch. Rijst onze woning, ons makkerhuis.’ Bij het begin van de jaren dertig was de stichting Voor Zon en Vrijheid danig gegroeid. Het Kampfonds moest een eigen leven gaan leiden. Het bedrijf, want dat was het inmiddels geworden, kom onmogelijk meer in vrije tijd worden beheerd. Het bezit was uitgegroeid tot 67 ha terreinen met gebouwen, in verschillende delen van het land. In die tijd werden ook de gevolgen van de economische crisis van 1929 steeds erger. Honderdduizenden mensen waren zonder werk met uitkeringen, die niet de helft waren van het gemiddeld toch al lage loon in die dagen. Mannen en jongens liepen doelloos rond. Het sprak vanzelf dat de AJC deze situatie niet kon aanvaarden. En zo startte men met werkkampen voor jonge werklozen. In de eerste plaats vond de AJC die kampen belangrijk uit mentaal oogpunt; de jonge werklozen werden uit hun dagelijkse grauwe sleur gehaald. In de tweede plaats werden zij in staat gesteld constructieve arbeid te verrichten.Het betekende wel dat de Paasheuvel niet meer uitsluitend in de zomer, maar het hele jaar door zou worden geëxploiteerd. Daarnaast diende leiding te worden gegeven aan het werklozenwerk. Op grond van de hiervoor beschreven ontwikkelingen besloot het hoofdbestuur van de AJC om per 10 juli 1932 over te gaan tot de aanstelling van een technisch leider voor het beheer van de terreinen. In januari 1932 begonnen de kampen voor jonge werklozen in het kamphuis op de Paasheuvel. In dat jaar waren er ca 1000 deelnemers aan deze kampen, die een week duurden en een combinatie waren van werk en ontspanning. In 1933 was het aantal deelnemers verdubbeld en duurden de kampen twee weken. De duur van de kampen werd in 1935 opgevoerd tot zes weken, waarbij één kamp 100 deelnemers had. In 1936 volgden er zeven lange werkkampen van acht weken en twee korte van twee weken. Er is door al deze jonge mensen zéér veel werk verzet. Het beeld van Zon en Vrijheid is mede door hen in grote mate bepaald. Een greep uit de vele projecten: het opknappen van de oude boerderij de Eikenhoeve, nu een geliefd kamphuis o.a. voor zelfverzorgers, de aanleg van openluchttheaters in Vierhouten en Blaricum, inrichting van het natuurpark ‘ De Heimanshof’ , verbouwing van de Paasheuvel, bouw van de Zonnehal, en nog veel meer. De AJC werd bij het werklozenwerk gesteund door het NVV, de Centrale Levensverzekeringsmaatschappij en het Nationaal Crisis Comité. Dat nam niet weg dat ook een grote aanslag op de financiële mogelijkheden van AJC en Zon en Vrijheid werd gepleegd. Daarom werd in 1931 onder de leus ‘ Voor Zon en Vrijheid’ – de eerste maal dat het begrip ‘ voor Zon en Vrijheid’ werd gebruikt - een grote inzamelingsactie gehouden. Deze actie zou tot het uitbreken van de oorlog jaarlijks worden herhaald. Dominerend naast de werklozenkampen waren in de jaren dertig de kinderkampen van voornamelijk de vakbonden. De grondslag voor dit kinderkampwerk werd in zekere zin al in 1929 gelegd met een vakantieweek voor kinderen van stakende arbeiders uit de Zaanstreek. In de jaren daarna maakten diverse kleinere NVV-bonden gebruik van de terreinen van Zon en Vrijheid voor het houden van kinderkampen. In 1934 werd op grote schaal kinderkampwerk bedreven toen ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de SDAP meer dan 3000 kinderen van werkloze leden een kampweek in Vierhouten onder de titel ‘ Tussen school en leven’ kregen aangeboden. Voor deze kampweek zamelde A.B. Kleerekoper via zijn ‘Oproerige Krabbels’ meer dan f 25.000,- in. In 1938 organiseerde de Centrale bond van Transportarbeiders een kinderkamp in Vierhouten ter gelegenheid van zijn 20-jarig bestaan. Het werd een onvergetelijke week, voor velen van de kinderen de eerste vakantie in hun leven. Het grote succes leidde tot een herhaling in 1939. In datzelfde jaar organiseerde ook de Bouwvakarbeiderbond een kamp voor 2500 kinderen van leden. Deze kampen, geleid door ervaren AJC-ers, werden een machtig en onvergetelijk feest voor al die kinderen. Het was een symbolische ontwikkeling. Ook anderen dan AJC-ers waren welkom. Zon en Vrijheid werd nu ook voor allerlei nauw verwante organisaties meer en meer een dienstverlenende organisatie. De deelnemers aan het voorkamp ter voorbereiding van het Pinksterfeest van 1940 kwamen op 6 mei van dat jaar nog bijeen in Vierhouten. De tweede dag moest dit kamp als gevolg van de oorlogsdreiging abrupt worden afgebroken. De Zon en Vrijheid vlag werd op 7 juni gestreken. Op 28 juli 1940 werd de AJC opgeheven. Op 13 augustus stapte ook het bestuur van Zon en Vrijheid op. De NSB-er Rost van Toningen zwaaide voortaan de scepter over de Paasheuvel en over de stichting Voor Zon en Vrijheid. Het Duitse leger, de SS, de Jeugdstorm en de Arbeidsdienst namen de terreinen in gebruik en lieten verwoestende sporen na. Toen echter op 5 mei 1945 het terrein in Vierhouten weer in bezit was gekomen kon een begin worden gemaakt met de wederopbouw van Zon en Vrijheid. Eenvoudig was het niet. Het was een hele toer het bezit daadwerkelijk weer in bezit te krijgen. Het is ook niet geheel gelukt. Zo kreeg Zon en Vrijheid de kampeerterreinen in Seppe en Havelte niet terug. In 1946 werd al weer het eerste naoorlogse Pinksterkamp gehouden. En spoedig werden ook door allerlei vakbonden weer kinderkampen gehouden onder de naam ‘Kindervreugde-kampen’. De AJC zocht na de oorlog naar nieuwe identiteit, om tenslotte in 1959 verder te gaan in een andere jas, het Jeugd - en Jongerencentrum ‘ Ruimte’. Met Zon en Vrijheid ging het ondanks de perikelen van de AJC niet slecht. De terreinen werden steeds beter geoutilleerd. De vakbondskampen herbergden duizenden kinderen, waarbij de AJC- en later Ruimte - het reservoir bleef voor het leiden voor grote kampen. Er werden door allerlei organisaties uit ‘ de beweging’ grote landdagen gehouden. De PvdA gebruikte de Paasheuvel voor het houden van de kadercursussen. Er kwamen nu echter ook groepen van buiten de socialistische beweging naar de terreinen van Zon en Vrijheid. Langzamerhand werd Zon en Vrijheid een stichting voor het algemeen belang. Het sociaal toerisme bloeide op, ook op de terreinen van Zon en Vrijheid. Nieuwe terreinen werden gekocht, oude uitgebreid. In Friesland werd een zeilschool begonnen. Op de terreinen verscheen eerst mondjesmaat, maar allengs in steeds grotere aantallen, de caravan. In 1972 werd ook ‘ Ruimte’ opgeheven. Zon en Vrijheid bleef bestaan en kwam op eigen benen te staan. Dit heeft grote gevolgen gehad voor de activiteiten. De stichting verloor zijn formele achterban en moest voortaan zichzelf bedruipen. Om zijn relatieve positie in de wereld van de recreatie te behouden moest de stichting zelfs winst gaan maken als het kon. Het kon inderdaad, want van 1972 tot 1979 steeg de omzet van f 1,1 miljoen naar f 2,3 miljoen en werd een positief exploitatiesaldo verkregen van in totaal ruim f 500.000,-. De ontwikkeling van de omzet stelde grote eisen aan de outillage, en vraag rees of Z&V een halt moest toeroepen aan de ontwikkeling, of de weg van een grotere dienstverlening diende te gaan. In feite was deze vraag al positief beantwoord. Een belangrijke rol speelde daarbij de overweging dat een bezit als de Paasheuvel, met al zijn traditie, slechts zijn rol zou kunnen blijven spelen als het gebruikt zou worden voor datgene waarvoor het was gebouwd. Zo werd in 1975 het tot dan gevoerde zakelijke beleid vervangen door een meer expansief gericht beleid. Er kwam een meerjarig investeringsplan. De aanleg van rioleringen en elektrische leidingen voor caravans verbeterde de infrastructuur van de terreinen grondig. Kampeerweiden werden geschikt gemaakt voor stacaravans. De Paasheuvel werd verbouwd en kreeg een apart liggende slaapvleugel met kamers, in plaats van slaapzalen. In 1982 boekte de stichting meer dan 200.000 overnachtingen, waarvan ca. 110.000 in de individuele sector, en 90.000 in de groepssector. Dan volgde een rampzalige ontwikkeling. Het groepskamperen verminderde aanzienlijk doordat subsidie-kranen, bijvoorbeeld in de sector van het buurt - en clubhuis werk, werden dichtgedraaid. Vooral daardoor daalde in 1983 de omzet van f 2,8 miljoen naar f 2,4 miljoen, terwijl de kostenstijgingen doorgingen. Het resultaat was een zo groot nadelig exploitatiesaldo dat het bijna gelijk was aan het voordelige saldo van de voorafgaande 10 jaar. Tot en met het jaar 1990 is het exploitatiesaldo nadelig gebleven, al is het gelukkig wel aanzienlijk verminderd. In 1984 werd advies ingewonnen bij de stichting dienstverlening Recron. Op basis van de door deze instantie uitgebrachte adviezen werden aanzienlijke bedragen besteed aan de verbetering en de modernisering van de outillage. Voor deze bedragen alsmede voor de financiering van de tekorten moest de stichting een beroep doen op derdefinanciers. Als dekking werd hypotheek gegeven op het invangrijke eigendom aan onroerend goed als terreinen en gebouwen. Toch meende het bestuur van Zon en Vrijheid dat de stichting bestaansrecht heeft, omdat het een uniek bedrijf is. Het gedachtegoed van de AJC is nog lang niet uit het karakter van de stichting verdwenen. De accommodatie is goed, maar van relatief eenvoudige aard. De stichting exploiteert geen dure kampwinkels, luxe kantines of tropische zwembaden. Getrouw aan zijn afkomst blijft Zon en Vrijheid zich richten op jeugd en jongeren, en op hen die tot de kansarmen van deze maatschappij moeten worden gerekend. Daartoe organiseert de stichting al een reeks van jaren een groot aantal vakantieweken voor bijvoorbeeld bijstandmoeders en hun kinderen. Voor aanvullende bijdragen in de kosten van de stichting een beroep doen op het daartoe zelf in het leven geroepen fonds ‘De Voorpost’. Veel is veranderd in de 85 jaar dat Paasheuvelgroep nu bestaat. Wat bleef was de vrijwillige medewerker. Tot op vandaag maken honderden vrijwilligers het mogelijk voor de stichting om zijn sociale taak te blijven vervullen. Vrijwillige medewerkers fungeren als beheerder van een aantal kleinere terreintjes. Zij nemen in diverse werkgroepen op alle terreinen een flink stuk van het onderhoud voor hun rekening. Zij runnen in Vierhouten de kantine en het kamprestaurantje. Zij begeleiden de kampweken voor bijstandsmoeders en hun kinderen. Zij geven leiding aan kinderkampen en zeilschool. Zij verschijnen op een telefonische oproep als door de storm een groot aantal bomen zijn omgewaaid en opgeruimd moeten worden. Zij zijn er ook als honderden drukwerken moeten worden ingepakt om ze te kunnen verzenden. Al die vrijwilligers steken een niet gering deel van hun tijd in de stichting. Het is een rijkdom, een bezit dat niet onmiddellijk in de balans en de resultatenrekening van de stichting is terug te vinden. Hun werk maakt het echter wel mogelijk dat de gasten van Zon en Vrijheid niet meer dan een redelijke prijs behoeven te betalen voor hun verblijf. Nu – in 2007 – beschikt Zon en Vrijheid Vakantiecentra nog altijd over 5 accommodaties verspreid over Nederland en gelegen in of bij de mooiste natuurgebieden. Mede door de vele verbeteringen in de afgelopen jaren zijn het accommodaties, waar zowel groepen als individuele gebruikers van de kampeerterreinen uitstekend kunnen verblijven.
ma - vrij van 9.00 uur - 17.00 uur |